IX. Aanvullende pensioenen

VZW Pensioenfonds ‘De Lijn’

Bij de indiensttreding van een werknemer wordt hij verplicht lid van het Plan van zodra hij aan de volgende voorwaarden voldoet:
– Een voltijdse of deeltijdse, mannelijke of vrouwelijke, werknemer zowel loontrekkende als weddetrekkende, met uitzondering van de stagiairs en de jobstudenten.
– Hij moet aangeworven zijn onder een arbeidsovereenkomst van onbepaalde of van bepaalde duur van minstens 1 maand, al dan niet bereikt door een of meer op elkaar aansluitende overeenkomsten.
– De werknemer mag geen actief lid zijn van een nader pensioenplan of statutair plan, dat pensioenvoordelen, gebaseerd op een loon gelijkaardig aan het pensioensalaris, biedt.

De werknemersbijdrage is gelijk aan de volgende percentages respectievelijk toegepast op het gedeelte van het pensioensalaris beperkt tot het plafond (SAL1) en het gedeelte van het pensioensalaris dat het Plafond overschrijdt (SAL2).

– 0,5% van het pensioensalaris (SAL1)
– 3% van het pensioensalaris (SAL2)

Het pensioenplan voorziet in volgende voordelen.

Rustrente = N/35 (7 % SAL 1 + 70 % SAL 2).
N = totale diensttijd met een maximum van 35 jaar.
SAL 1 = salaris tot de loongrens
SAL 2 = excedent.

Op de normale pensioendatum heeft het personeelslid opties als uitbetaling van de voordelen:
• hetzij de rustrente ontvangen, die bij het overlijden van het lid in een overlevingspensioen van maximaal 2/3 ten gunste van de overlevende echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende partner wordt omgezet. De rustrente zal steeds aangepast worden aan de index van de consumptieprijzen.
• hetzij de rustrente onmiddellijk ontvangen onder de vorm van een kapitaal. Dit kapitaal is gelijk aan de actuele waarde van de levenslange lijfrente berekend op basis van de sterftetabels en de actualisatievoet ( lees: financieringsplan).

Wanneer de werknemer de onderneming verlaat om andere redenen dan pensionering, kan hij op de normale pensioendatum nog een rente of de uitbetaling van het kapitaal genieten.
Bij vervroeging en voor zover de werknemer effectief met pensioen gaat, wordt de rustrente per jaar vervroeging met 5 % verminderd.

De werknemer mag eveneens beslissen deze waarde over te dragen naar het pensioenplan van zijn nieuwe werkgever, of naar een pensioenstelsel voorzien in de wet van 6 april 1995 betreffende de extralegale pensioenplannen, of te laten uitbetalen, na aftrek van de sociale zekerheidsbijdragen en de bedrijfsvoorheffing.

In geval van overlijden, zal aan de begunstigden een rente worden uitgekeerd gelijk aan:
• weduwen-weduwnaarsrente: 2/3 van de rustrente bij leven (eventueel in kapitaal uit te keren);
• tijdelijke wezenrente: € 98,12 (halve wezenrente) en € 196,22 (volle wezenrente) per maand en per kind, steeds uitbetaald in renten.