XVIII. Verlof zonder bezoldiging

VERLOF ZONDER BEZOLDIGING OM ZICH AAN ZIJN EIGEN KINDEREN TE WIJDEN

• Duur: geen minimumduur; maximum 4 jaar (tot het kind de leeftijd van 5 jaar bereikt) of 6 jaar (tot het kind de leeftijd van 8 jaar bereikt) indien het om een mindervalide kind gaat.
• Geen R.V.A.-vergoeding.
• Indien noodzakelijk compenserende aanwerving.
• De werknemer mag geen enkele winstgevende activiteit uitoefenen.
• De werknemer dient minstens 1 maand voor het verstrijken van het verlof een schriftelijke aanvraag te richten aan het afdelingshoofd personeel tot wederindiensttreding. Ingeval binnen de opgelegde termijnen geen wederindiensttreding wordt aangevraagd, wordt de betrokkene als ontslagnemer beschouwd.
• Er bestaat geen enkele waarborg omtrent de mogelijkheid om zijn vroegere functie opnieuw in te vullen.

VERLOF ZONDER BEZOLDIGING WEGENS DWINGENDE FAMILIALE REDENEN

• Duur: ten hoogste één maand per jaar.
• Geen R.V.A.-vergoeding.
• Geen compenserende aanwerving.
• De werknemer mag geen enkele winstgevende activiteit uitoefenen.

VERLOF ZONDER BEZOLDIGING VOOR DWINGENDE REDENEN

Het personeelslid heeft het recht om maximum 10 dagen per jaar afwezig te zijn van zijn werk omwille van dwingende redenen, d.w.z. elke niet te voorziene, los van het werk staande, gebeurtenis die de dringende en noodzakelijke tussenkomst van de werknemer vereist, en dit voor zover de uitvoering van de arbeidsovereenkomst deze tussenkomst onmogelijk maakt.

De dwingende redenen zijn bijvoorbeeld ziekte, ongeval of hospitalisatie van een persoon die onder hetzelfde dak als de werknemer woont, of van een bloedverwant of een aanverwant in de eerste graad die niet onder hetzelfde dak als de werknemer woont; de ernstige materiële beschadigingen van de bezittingen van de werknemer; de oproep om persoonlijk aanwezig te zijn tijdens een rechtszitting, indien de werknemer in het proces partij is.

Het is het personeelslid toegelaten om afwezig te zijn voor de duur die nodig is om het hoofd te bieden aan de problemen voortvloeiend uit de aangehaalde gebeurtenissen die als dwingende redenen beschouwd worden.

Voor het personeelslid dat deeltijds werkt wordt de duur van het verlof om dwingende redenen proportioneel verminderd in functie van de arbeidsprestaties.

Het personeelslid dat afwezig zal zijn voor dwingende redenen moet de werkgever hiervan voorafgaandelijk op de hoogte brengen. Indien dit onmogelijk is moet het personeelslid in elk geval deze laatste hiervan zo vlug mogelijk in kennis stellen.

Het personeelslid is verplicht het verlof te gebruiken voor de redenen waarvoor het toegekend wordt; het moet de dwingende redenen bewijzen met de nodige documenten of, bij ontstentenis, met elk ander bewijsmiddel.