XIX. Educatief verlof

1. Definitie: Betaald verlof toegekend aan loontrekkenden en weddetrekkenden naar aanleiding van het volgen van een voor de begunstigde personeelsleden van de Vlaamse Vervoermaatschappij toegelaten opleiding.

2. Begunstigden: Alle loon- en weddetrekkende personeelsleden met uitzondering van de jobstudenten.

3. Toekenningsvoorwaarden: Het volgen van een bij De Lijn toegelaten cursus.

Toegelaten opleidingen in het wettelijk stelsel van betaald educatief verlof

Als beroepsopleiding wordt door artikel 109 van de Herstelwet van 22 januari 1985 beschouwd:
1° de cursussen gegeven in het kader van het onderwijs voor sociale promotie en georganiseerd, gesubsidieerd of erkend door de Staat;
2° de cursussen gegeven in het kader van het onderwijs in de plastische kunsten met beperkt leerplan, kunstonderwijs voor sociaal-culturele promotie genaamd, en waarvan de Koning de lijst vaststelt;
2°bis de cursussen van het korte type en met volledig leerplan, die ’s avonds of in het weekeinde worden gegeven, in inrichtingen voor hoger onderwijs overeenkomstig artikel 5bis van de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs;
3° de cursussen op universitair niveau van het lange type en met volledig leerplan, ’s avonds of tijdens het weekeinde gegeven in inrichtingen voor hoger onderwijs, overeenkomstig artikel 5bis van de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs;
4° de universitaire cursussen van de eerste en de tweede cyclus, die ’s avonds of in het weekeinde worden gegeven in universiteiten of in de met universiteiten gelijkgestelde inrichtingen met het oog op het verkrijgen van een wettelijke of wetenschappelijke titel, bedoeld bij de wet van 11 september 1933 op de bescherming van de titels van hoger onderwijs;
In afwijking op het eerste lid kunnen de cursussen die gewoonlijk ’s avonds of tijdens het weekend worden gegeven en waarvan de organisatie voorziet dat zij maximum éénmaal per week overdag zullen worden gegeven, door de werknemers worden gevolgd indien hun arbeidsregime nacht- of weekendprestaties inhoudt.
5° de opleidingen geregeld door de reglementen betreffende de voortdurende vorming in de middenstand en waarvan de Koning de lijst vaststelt bij in Ministerraad overlegd besluit;
6° de opleidingen geregeld door de reglementen betreffende de scholing van de personen die in de landbouw werkzaam zijn en waarvan de Koning de lijst vaststelt bij in Ministerraad overlegt besluit;
7° de voorbereiding op en het afleggen van examens voor de centrale examencommissie, onder voorbehoud van bijzondere toepassingsregels die de Koning vaststelt;
7°bis. de voorbereiding en het afleggen van de examens georganiseerd door de gefedereerde overheden in het kader van een systeem van herkenning, erkenning of certificering van verworven competenties, volgens de toepassingsmodaliteiten vastgesteld door de Koning.
8° de opleidingen per bedrijfstak georganiseerd bij een beslissing van het bevoegde paritaire comité;
8°bis. de beroepsopleidingen die zijn uitgesloten in toepassing van § 3, 3°, maar die niettemin nuttig verklaard werden bij een beslissing van het bevoegd paritaire comité; deze opleidingen behoeven een nieuwe erkenning van de Erkenningscommissie;
9° de hierboven niet opgenomen opleidingen waarvan het programma erkend is door de bij artikel 110 van de Herstelwet van 22 januari 1985 opgerichte erkenningscommissie.

Hetzelfde artikel 109 Herstelwet 22 januari 1985 beschouwt als algemene opleiding:
1° de cursussen georganiseerd door de representatieve werknemersorganisaties, zoals bedoeld bij artikel 3 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;
2° de cursussen georganiseerd door de jeugd- en volwassenenorganisaties en de instellingen voor werknemersvorming, opgericht binnen de representatieve werknemersorganisaties of door hen erkend;
3° de hierboven niet opgenomen opleidingen waarvan het programma erkend is door de erkenningscommissie.

In het bijzonder bij De Lijn

Met ingang van 1 september 2003 kunnen de begunstigde personeelsleden bij de Vlaamse Vervoermaatschappij alle in punt 3. vermelde cursussen, toegelaten in het wettelijk stelsel van het educatief verlof, volgen met uitzondering van:

– de cursussen toegepaste grafiek binnen het onderwijs in de plastische kunsten met beperkt leerplan,
– de opleidingen van het type A, B of C bedoelt bij de regelingen m.b.t. de scholing van de personen die in de landbouw werkzaam zijn,
– de cursussen georganiseerd door de representatieve werknemersorganisaties,
– de cursussen georganiseerd door de jeugd- en volwassenenorganisaties en de instellingen voor werknemersvorming opgericht binnen de representatieve werknemersorganisaties of door hen erkend,
– de opleidingen die voorkomen op de lijst van uitgesloten opleidingen, die conform het K.B. van 27 augustus 1993 tot wijziging van de lijst van de opleidingen die in aanmerking komen voor betaald educatief verlof.

1. De voorwaarde dat de cursus moet bijdragen tot het beroep of de beroepsvooruitzichten van het personeelslid bij de maatschappij, wordt niet langer vereist.

2. Het educatief verlof kan worden opgenomen in voorbereiding van het examen.

3. Het recht op educatief verlof gaat verloren:
– bij het onderbreken van de cursus,
– bij frauduleus gebruik,
– bij meer dan 10% ongewettigde afwezigheid,
– bij herhaaldelijk niet slagen.

4. Toegekende uren:
Maximaal kunnen per schooljaar 80 uren educatief verlof toegekend worden aan een weddetrekkend (WT) of loontrekkend personeelslid (LT).

Voor LT worden de uren van de voorziene dagprestatie aangerekend op de teller EV.
Voor WT worden steeds een halve dag aangerekend dan wel een hele dag. Na tien en een halve dag EV heeft de WT nog recht op het saldo, dat in blok moet worden opgenomen.

De nadere modaliteiten van opname van EV voor LT of WT kunnen worden bepaald in de entiteit.

Indien het totaal aantal gevolgde lesuren lager ligt dan 80 uren, wordt het aantal effectief gevolgde uren toegekend.

Voor de proratering van het aantal toegekende uren ingevolge deeltijdse tewerkstelling wordt verwezen naar punt 5.2 van dit bericht.

5. Uitvoeringsmodaliteiten:

5. 1. Verplichtingen van het personeelslid

Het personeelslid maakt binnen de maand na aanvang van de cursus het “Getuigschrift van Regelmatige Inschrijving” (zie bijlage 1) over aan afdeling personeel binnen zijn entiteit.
Dit getuigschrift dient vervolledigd te zijn door de directie van de onderwijsinstelling waar de cursus gevolgd wordt.
De directeur van de entiteit erkent al dan niet de betrokken opleiding.

Het personeelslid is gehouden elk document dat hem door de schooldirectie wordt overhandigd en bestemd is voor zijn werkgever, over te maken aan zijn personeelsdienst.

Hiermee wordt onder meer bedoeld het trimestrieel of jaarlijks attest van regelmatige aanwezigheid in de cursus, dat uitgereikt wordt door de opleidingsinstelling.
De Lijn heeft het recht het EV te weigeren zolang dat attest niet wordt voorgelegd.

Het getuigschrift van de inschrijving evenals elk ander document en/of attest blijft bewaard in de entiteit.

5.2. Deeltijdse werknemers

In de vergadering van het Paritair Subcomité van 27 september 1999 werd in de varia de vraag gesteld naar de toepassing van de regeling van het betaald educatief verlof voor deeltijds werkenden.
Werknemers met een volledige dagtaak die aan de gestelde voorwaarden voldoen, hebben recht op educatief verlof. De voltijdse tewerkstelling kan ook voortvloeien uit de cumulatie van verschillende deeltijdse banen bij verschillende werkgevers of in het raam van verschillende arbeidsovereenkomsten. In deze veronderstelling is het steeds zo geweest dat de door iedere werkgever toe te kennen duur van educatief verlof evenredig is met de duur van de tewerkstelling van de werknemer door elk van hen.
Bij een deeltijdse tewerkstelling kan actueel verwezen worden naar het K.B. van 31 mei 1999 tot verruiming van het toepassingsgebied van afdeling 6 – Toekenning van betaald educatief verlof in het kader van de voortdurende vorming van de werknemers – van hoofdstuk IV van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen (B.S., 9 juli 1999). Luidens het artikel 2 van dit K.B. kunnen de deeltijdse werknemers het voordeel van het betaald educatief verlof genieten tijdens de uren waarop zij gewoonlijk zijn tewerkgesteld en dit in verhouding tot de bij C.A.O. vastgestelde wekelijkse arbeidstijd.

In de handleiding van de Dienst Betaald Educatief Verlof van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid worden de volgende voorbeelden gegeven voor de privé-sector (niet onverkort toe te passen op De Lijn):
– Wanneer het aantal effectief gevolgde cursussen niet de maxima overschrijden die zijn vastgesteld bij artikel 2 van het K.B. van 28 maart 1995, moet voor de vaststelling van het aantal toe te kennen uren betaald educatief verlof, het aantal effectief gevolgde cursus uren worden vermenigvuldigd met de breuk waarvan de teller overeenstemt met de wekelijkse deeltijdse tewerkstelling en de noemer met de voltijdse tewerkstelling in de onderneming.

Voorbeeld: beroepsopleiding die recht geeft op 120 uren, voor de deeltijdse tewerkstelling van 32 uren en een voltijdse tewerkstelling vastgesteld op 40 uren: de werknemer die slechts 104 cursus uren effectief heeft gevolgd, kan maar aanspraak maken op 104 uren x (32/40) = 83,20 u. betaald educatief verlof.

– Wanneer het aantal effectief gevolgde cursussen hoger ligt dan de voornoemde maxima, wordt het aantal toe te kennen uren betaald educatief verlof vastgesteld door die maxima te vermenigvuldigen met de breuk zoals beschreven in het vorige voorbeeld.

Voorbeeld: beroepsopleiding die recht geeft op 120 uren, voor een deeltijdse tewerkstelling van 32 uren en een voltijdse tewerkstelling vastgesteld op 40 uren : de werknemer die 170 cursusuren effectief gevolgd heeft, kan in dit geval slechts aanspraak maken op een evenredig deel van het maximum van 120 uren, hetzij : 120 uren x (32/40) = 96 u. betaald educatief verlof.

– Wanneer de werknemer tijdens het betrokken schooljaar afwisselend voltijds en deeltijds werkt, wordt het aantal uren betaald educatief verlof berekend in verhouding tot zijn effectieve voltijdse en deeltijdse tewerkstelling in de loop van die periode.

Voorbeeld: de werknemer volgt een algemene opleiding van 40 uren gedurende een periode van deeltijdse tewerkstelling en twee maanden later een tweede algemene opleiding van 40 uren gedurende een periode van voltijdse tewerkstelling, het betaald educatief verlof wordt als volgt berekend: 40 uren X (32/40) = 32 uren en 40 uren x (40/40) = 40 uren, hetzij in totaal 72 uren betaald educatief verlof.

De berekening van het aantal uren betaald educatief verlof voor deeltijds tewerkgestelde personeelsleden moet dus pro rata gebeuren, met dien verstande dat bij de berekening wordt uitgegaan van het maximum van 80 uren voor een voltijdse werknemer tewerkgesteld bij De Lijn.

5.3. Modulaire opleidingen en educatief verlof

Verschillende opleidingsmodules kunnen beschouwd worden als 1 opleiding in het kader van toekenning en opname van educatief verlof, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
– De modules behoren tot een zelfde opleidingspakket
– De modules worden gedoceerd in een zelfde opleidingsjaar/schooljaar
Indien de modules als 1 opleiding worden beschouwd, wordt slechts 1 pakket uren toegekend in het kader van het educatief verlof voor de verschillende modules en kan het personeelslid de opname van deze uren vrij plannen en verspreiden over de verschillende modules heen.

Het maximum aantal uren dat toegekend wordt in het kader van educatief verlof blijft behouden op 80 uur.

De overige bepalingen van dit bericht zijn onverkort van toepassing bij modulaire opleidingen.

5.4. Uitdienst tredend personeelslid

Indien een personeelslid tijdens de periode vóór opname van educatief verlof uit dienst treedt, wordt het aantal uren waarop hij/zij recht had bij De Lijn geprorateerd, rekening houdend met de duur van de opleiding en de periode daarvan in dienst bij De Lijn. Het teveel opgenomen uren worden gecompenseerd.

Voorbeeld: Een voltijdse werknemer volgt een opleiding van 60 uur, die loopt tijdens de duur van het schooljaar. Eind december verlaat hij de onderneming. De opleiding heeft een duur van 10 maanden, waarvan de werknemer 4 maanden bij de onderneming heeft gewerkt. De werknemer heeft dan recht op 60 u × 4/10, zijnde 24 uur. Indien hij reeds 30 uur had opgenomen, moeten de 6 uur die hij teveel heeft opgenomen, gecompenseerd worden.

Indien de werknemer zijn laatste werkdag gepresteerd heeft, wanneer blijkt dat hij/zij te veel educatief verlof heeft opgenomen, wordt dit rechtgezet bij de eindafrekening.

Een attest van de gevolgde uren kan opgevraagd worden bij de opleidingsinstantie.