XX. Onverenigbaarheden

ONVERENIGBAARHEID VAN EEN FUNCTIE BINNEN DE MAATSCHAPPIJ MET ANDERE BEROEPSACTIVITEITEN

De personeelsleden van de maatschappij mogen geen enkel ambt, handel, enz. uitoefenen die strijdig is:
• met de belangen van de maatschappij;
• met het vertrouwen dat zij het publiek en het personeel van de maatschappij moeten inboezemen;
• met de onberispelijke uitvoering van de dienst.

Behoudens machtiging van de directie, is het elk personeelslid verboden:
• handel te drijven in eigen naam of door een tussenpersoon;
• deel te nemen aan het beheer of bestuur van om het even welke industriële of handelsonderneming;
• om het even welke andere werkzaamheid of winstgevend beroep uit te oefenen, met inbegrip van die bezoldigd door een openbaar bestuur.

Geen enkele machtiging is vereist om buiten het uitvoeren van de arbeidsovereenkomst deel te nemen aan het beheer van V.Z.W.’s of verenigingen met een ideologisch, filosofisch of vrijetijdskarakter.

De deelneming is nochtans verboden, behoudens machtiging van de directie, indien ze valt onder het algemeen verbod zoals hierboven bepaald.

De personeelsleden die geen kennis geven aan de maatschappij van een activiteit waarvoor een machtiging van de directie noodzakelijk is of die activiteit aanvatten of verder zetten na de weigering van de machtiging kunnen wegens dringende redenen ontslagen worden.

De verleende machtiging kan ten allen tijde ingetrokken worden zodra vastgesteld wordt dat niet meer voldaan is aan de voorwaarden zoals hierboven bepaald.

ONVERENIGBAARHEID VAN EEN FUNCTIE BINNEN DE MAATSCHAPPIJ MET SOMMIGE POLITIEKE MANDATEN

Elk personeelslid dat zich kandidaat stelt voor een mandaat van lid van één van de wetgevende kamers verwittigt hiervan onmiddellijk de directeur-generaal of zijn gemandateerde.

Bij verkiezing en indien betrokkene het mandaat wenst uit te oefenen, is hij verplicht zijn ontslag in te dienen.

Bij het vervallen van het mandaat wordt hij op zijn verzoek terug in dienst genomen.

De periode gedurende welke hij geen personeelslid van de maatschappij was, wordt niet in aanmerking genomen voor de vergoeding, eventuele latere bevorderingen en de aanvullende pensioentoelagen.

Elk personeelslid dat zich kandidaat stelt voor een mandaat van gemeente- of provincieraadslid of lid van de raad voor maatschappelijk welzijn, verwittigt hiervan onmiddellijk de directeur-generaal of zijn gemandateerde.

Bij verkiezing en indien betrokkene het mandaat wenst uit te oefenen, kan hij voor de duur van zijn mandaat verlof zonder wedde bekomen.

De periode gedurende welke hij van dit verlof genoot, wordt niet in aanmerking genomen voor de loon- of wedde- anciënniteit, eventuele latere bevorderingen en de aanvullende pensioentoelagen.

Indien hij geen verlof zonder wedde aanvraagt, kan hij voor de werkzaamheden i.v.m. zijn mandaat verlof bekomen volgens de hierna opgenomen bepalingen van het Decreet van 30.11.1988.
Het personeelslid dient evenwel voltijds in dienst te zijn om aanspraak te kunnen maken op dit recht op politiek verlof.

• Op aanvraag van het personeelslid wordt binnen de hierna bepaalde perken vrijstelling van dienst toegekend voor de uitoefening van volgende politieke mandaten:
1. a) gemeenteraadslid dat noch burgemeester noch schepen is;
b) lid van een raad voor maatschappelijk welzijn, de voorzitter uitgezonderd; in een gemeente tot 10.000 inwoners: 1/2 dag per maand;
2. a) gemeenteraadslid dat noch burgemeester, noch schepen is;
b) lid van een raad van maatschappelijk welzijn, de voorzitter uitgezonderd; in een gemeente van 10.001 inw. of meer: 1 dag per maand;
3. burgemeester,schepen of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn van een gemeente:
– tot 10.000 inwoners 1/2 dag per maand;
– van 10.001 tot 30.000 inwoners: 1 dag per maand;
4. schepen of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn van een gemeente van 30.001 tot 50.000 inwoners: 1 dag per maand;
5. lid van een raad van agglomeratie of federatie van gemeenten dat noch voorzitter noch schepen is: 1 dag per maand;
6. lid van de Nederlandse Commissie voor de Cultuur vermeld in artikel 108ter van de Grondwet, de voorzitter uitgezonderd: 1/2 dag per maand.
7. provincieraadslid niet-lid van de bestendige deputatie: 1 dag per maand.

Deze vrijstelling van dienst wordt naar keuze van de betrokkene genomen in dagen of halve dagen. Zij mag niet van een maand naar een andere worden overgedragen tenzij zij is toegekend voor het uitoefenen van een mandaat van provincieraadslid.

Vindt het personeelslid de vrijstelling van dienst ontoereikend, dan kan op zijn/haar vraag het hierna volgend facultatief en politiek verlof van ambtswege cumulatief worden toegekend. Het personeelslid dient er wel rekening mee te houden dat de perioden gedekt door het facultatief en politiek verlof van ambtswege op het vlak van de bezoldiging evenwel anders worden behandeld dan de perioden gedekt door de vrijstelling van dienst.

• Op aanvraag van de personeelsleden wordt binnen de hierna bepaalde perken facultatief verlof toegekend voor de uitoefening van de volgende politieke mandaten:
1. burgemeester, schepen of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn van een gemeente:
– tot 10.000 inwoners: 1 of 2 dagen per maand;
– van 10.001 tot 30.000 inwoners: 1,2 of 3 dagen per maand;
2. schepen of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn van een gemeente van 30.001 inwoners tot 50.000 inwoners: 1,2 of 3 dagen per maand;
3. schepen van een agglomeratie of federatie van gemeenten: 1,2 of 3 dagen per maand;
4. lid van het vast bureau van de raad voor maatschappelijk welzijn van een gemeente:
– tot 10.000 inwoners: 1 of 2 dagen per maand;
– van 10.001 inwoners tot 20.000 inwoners: 1,2 of 3 dagen per maand;
– meer dan 20.000 inwoners: 1,2,3,4 of 5 dagen per maand.

• De personeelsleden worden voor de uitoefening van de volgende politieke mandaten met politiek verlof van ambtswege gezonden binnen de hierna bepaalde grenzen:
1. burgemeester van een gemeente:
– van 20.001 tot 30.000 inwoners: 2 dagen per maand;
– van 30.001 tot 50.000 inwoners: de helft van een voltijds ambt;
– meer dan 50.000 inwoners voltijds;
2. schepen of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn van een gemeente:
– van 20.001 tot 50.000 inwoners: 2 dagen per maand;
– van 50.001 tot 80.000 inwoners: de helft van een voltijds ambt;
– meer dan 80.000 inwoners: voltijds;
3. lid van de bestendige deputatie van een provincieraad: voltijds;
4. voorzitter van de Nederlandse Commissie voor de Cultuur vermeld in artikel 108ter van de Grondwet: voltijds;
5. voorzitter van een agglomeratie of federatie van gemeenten: voltijds.
Het politiek verlof van ambtswege vangt aan op de datum van de eedaflegging volgend op de eerstvolgende verkiezing.

• De vrijstelling van dienst heeft geen weerslag op de administratieve en geldelijke toestand van het personeelslid.
De betaling van de bezoldiging wordt door de werkgever verdergezet voor de dagen waarvoor vrijstelling van dienst wordt verleend. Er is geen mogelijkheid tot recuperatie van de bezoldiging bij de instelling waar het personeelslid het politiek mandaat uitoefent.

De periodes gedekt door een facultatief verlof of een politiek verlof van ambtswege worden niet bezoldigd. Deze termijnen komen wel in aanmerking voor de berekening van de baremische anciënniteit.

Deze niet-bezoldigde politieke verloven (facultatief politiek verlof en politiek verlof van ambtswege) worden ook in aanmerking genomen voor de berekening van de aanvullende toelage aan het wettelijk pensioen.

• Het politiek verlof eindigt uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op die tijdens welke het mandaat een einde neemt.

Vanaf dat ogenblik herkrijgt de belanghebbende zijn rechten zoals die opgenomen zijn in het Basisreglement van het loon- en weddetrekkend personeel.
Bij het verstrijken van het mandaat geschiedt de werkhervatting in de mate van het mogelijke in dezelfde functie.
Het personeelslid dat ondertussen werd vervangen, wordt een andere functie toegekend.

Wanneer het personeelslid zijn functie herneemt, mag hij zijn bezoldiging bij de maatschappij niet cumuleren met voordelen die verbonden zijn aan de uitoefening van een politiek mandaat waarvoor hij politiek verlof van ambtswege diende te nemen, en die gelden als een wederaanpassingsvergoeding.

Indien een personeelslid het ambt van bestendig afgevaardigde wenst uit te oefenen, gelden hiervoor de hoger vermelde bepalingen.

Elk personeelslid dat het ambt van burgemeester, schepen, voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn of lid van het vast bureau van de raad voor maatschappelijk welzijn wenst uit te oefenen, kan voor de duur van zijn mandaat verlof zonder wedde bekomen.

De periode gedurende welke hij van dit verlof genoot, wordt niet in aanmerking genomen voor de vergoeding, eventuele latere bevorderingen en de aanvullende pensioentoelagen.

Indien hij geen verlof zonder wedde aanvraagt kan hij voor de werkzaamheden i.v.m. zijn mandaat verlof bekomen volgens de bepalingen van de wet van 19 juli 1976 tot instelling van een verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat (Belgisch Staatsblad van 24 augustus 1976) en de bijhorende koninklijke en ministeriële besluiten.

Voor leden van de Brusselse hoofdstedelijke raad, de raad van de Duitstalige gemeenschap en het Europees parlement gelden de hierboven vermelde bepalingen.

DETACHERING

Personeelsleden kunnen door de directie afgevaardigd worden naar andere organisaties.

De periodes, daar doorgebracht, worden in aanmerking genomen voor de baremische anciënniteit en voor de aanvullende pensioentoelagen.

Tijdens deze periodes komen de personeelsleden niet in aanmerking voor promotie, tenzij ze hun werkzaamheden in deze organisatie stopzetten.
Na de detachering worden de personeelsleden gereïntegreerd in een functie van hun niveau.