XXII. Opleiding

De werkgever voorziet opleidingsmogelijkheden voor zijn personeelsleden.

Initiatieven op het vlak van opleiding dienen aan te sluiten bij behoeften die kaderen in het algemeen ondernemingsbeleid.

Vanaf 1 januari 1995 houdt de V.Z.W. “Opleidingscentrum” zich met de organisatie van de opleidingsprogramma’s bezig.
De V.Z.W., die paritair (werkgevers en werknemers) beheerd wordt, heeft tot doel de organisatie, de promotie en de financiering van elke vorm van training of vorming, van technische en niet-technische aard, met het oog op de opleiding, aanpassing, bijscho¬ling, specialisatie of herscholing van alle personeelsle¬den van De Lijn.

VERPLICHTE OPLEIDING (CAO van 30.05.1997)

Een onderscheid dient gemaakt te worden tussen twee categorieën van werknemers:

1. Werknemers die tewerkgesteld zijn volgens een dienstregeling die over verschillende weken loopt en waarbij de wekelijkse arbeidsduur ongelijk is verdeeld;
2. werknemers in ploegenarbeid en continuarbeid (hoofdzakelijk chauffeurs, sommige bedienden en technische diensten)

Opleiding kan worden georganiseerd, hetzij

A. Gedurende een ganse dag

Opleiding zal in principe gebeuren op een dag met een voorziene prestatie.
Om de voorziene diensten zoveel mogelijk te kunnen uitvoeren, zonder dat hiertoe personeelsleden in rust dienen ingezet te worden, zal bij de berekening van het benodigd effectief, rekening gehouden worden met de duur van de opleiding en zullen de daarvoor benodigde aanwervingen gebeuren (15 personeelsleden).

Ondermeer wanneer grote groepen personeelsleden gelijktijdig opleiding dienen te volgen, kan het nodig zijn om wijzigingen aan te brengen aan de diensttabellen. (bv. Opleiding in plaats van een compensatiedag; compensatiedag op een latere datum)

Wanneer voor de chauffeurs in een vaste rol wijzigingen aan de diensttabel worden aangebracht:
– voor de aanplakking ervan;
– of uiterlijk 30 kalenderdagen voor de dag met de gewijzigde dienst wanneer de diensttabel wordt aangeplakt voor een periode langer dan één maand, zal dit geen overloon tot gevolg hebben.
Wijzigingen die later worden aangebracht kunnen overloon tot gevolg hebben, in toepassing van de bestaande reglementering.

Voor enerzijds de reservechauffeurs en anderzijds de bedienden en het personeel van de technische diensten, tewerkgesteld volgens een dienstregeling waarvan sprake in dit hoofdstuk, zijn de bestaande overeenkomsten van toepassing, met als maximum de toepassing van de bovenstaande regel voor de vaste rol.

De rustdag van personeelsleden kan verschoven worden zonder toekenning van overloon in zoverre hij/zij een personeelslid in opleiding vervangt en deze verschuiving gebeurt voor aanplakking van de dienstrollen of uiterlijk 30 dagen voor de dag met de gewijzigde dienst.

Personeelsleden van wie een rustdag werd verschoven leggen in samenspraak met de betrokken overste een vervangende rustdag vast voor de aanplakking van de rol of uiterlijk 30 kalenderdagen voor deze rustdag.

Een voorziene dienst kan ten allen tijde vervangen worden door een opleiding tijdens diezelfde dag. De uren worden aangepast aan deze van het opleidingsprogramma. Deze aanpassing zal geen overloon tot gevolg hebben.

De inhoud van een dienst kan gewijzigd worden ingevolge opleiding zonder dat dit aanleiding geeft tot overlonen dit voor de aanplakking van de rol of uiterlijk 30 kalenderdagen voor de opleidingsdag voor het personeel in een vaste rol.

Het aantal te bezoldigen uren voor een volledige opleidingsdag bedraagt 7,8 uur.

Het verschuiven van rustdagen ten behoeve van opleiding gebeurt voor maximum één dag per jaar per personeelslid.

De opleidingsuren worden beschouwd als normale arbeidstijd en volgen de geldende regels inzake arbeidsduur met inachtneming van de bovenstaande bepalingen.

B. Aansluitend op de normaal voorziene arbeidsprestatie

Wanneer de opleiding geen volledige dagprestatie in beslag neemt (bv. 1,2 of 3 uur), kan de opleiding in een aantal gevallen gebeuren in aansluiting op de normaal voorziene arbeidsprestatie (vroege dienst, late dienst, gebroken dienst).
Deze uren zullen bezoldigd worden aan het normale uurloon. Zij geven geen aanleiding tot overlonen.

Deze werkwijze zal enkel toegepast worden wanneer de doeltreffendheid van de opleiding niet in het gedrang komt doordat ze gecombineerd wordt met een normale dagtaak.

2. Werknemers die werken volgens een vaste dienstregeling per week (grootste deel van de bedienden en de technische diensten)

A. De opleiding zal in de meeste gevallen georganiseerd worden tijdens de normale arbeidstijd. Deze werkwijze heeft geen invloed op de normale bezoldiging.

Voor de personeelsleden met een deeltijdse prestatie (deeltijds werk, deeltijdse loopbaanonderbreking, halftijds brugpensioen), zal de werktijdregeling aangepast worden aan deze van het opleidingsprogramma, mits eerbiediging van de totale arbeidsduur. Deze werkwijze heeft geen invloed op de normale bezoldiging.

B. Wanneer de opleiding wordt georganiseerd buiten de normale arbeidstijd, zal de opleidingstijd kunnen teruggenomen worden onder de vorm van recuperatie beperkt tot maximum één dag per jaar. Deze werkwijze geeft geen aanleiding tot overlonen.

NIET VERPLICHTE OPLEIDING (CAO VAN 30.05.1997)

Vorming kan ook ingericht worden ten behoeve van personeelsleden die hun kennis wensen bij te werken.

Het betreft de vrijwillige bijscholing buiten de diensturen, de vorming gericht op de persoonlijke ontwikkeling van het personeelslid en de vorming met het oog op een heroriëntatie.

Het volgen van de vorming is facultatief. De vorming zal gebeuren op de vrije tijd van het personeelslid en wordt niet bezoldigd. De kosten van deze vorming zijn ten laste van de werkgever wanneer ze door hem georganiseerd worden.

SCHOLING VAN KANDIDAAT PERSONEELSLEDEN TOT CHAUFFEUR-ONTVANGER (CAO VAN 30.05.1997)

De scholing wordt bezoldigd als normale arbeidstijd van zodra de kandidaat gebonden is door een arbeidsovereenkomst met De Lijn.