XXV. Tuchtmaatregelen

ALGEMEEN

Alle inbreuken op de bepalingen van de arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement, wettelijke en reglementaire bepalingen van toepassing op de maatschappij alsmede alle dienstonderrichtingen kunnen worden gesanctioneerd.

Daarenboven moeten alle handelingen of houdingen van de werknemer die de goede naam en de orde en tucht binnen de maatschappij aantasten beschouwd worden als een inbreuk.

Het personeelslid moet zo snel mogelijk mondeling en ten laatste binnen de 5 werkdagen schriftelijk op de hoogte gebracht worden van de vaststelling van een inbreuk.

Behoudens in de gevallen waar dit uitdrukkelijk anders werd voorzien kunnen de voorziene sancties slechts opgelegd worden na afloop van de beroepstermijn.

Alle sancties worden schriftelijk bevestigd en komen in het dossier dat op eenvoudige vraag van het betrokken personeelslid ingezien kan worden.

Het personeelslid dient bij elke sanctie het daarvoor opgestelde document voor ontvangst te tekenen zoniet is geen beroep mogelijk.

Indien, al dan niet na beroep van het personeelslid, een sanctie wordt opgelegd, dan worden aan het dossier van het personeelslid behoudens de vermelding van de sanctie eveneens alle documenten die er betrekking op hebben toegevoegd.

Indien na de vaststelling van de inbreuk geen sanctie volgt dan mag van deze inbreuk geen enkele melding gemaakt worden in het dossier van het personeelslid.

De mogelijke sancties (van minst zware tot zwaarste) zijn:
• de schriftelijke opmerking;
• de schriftelijke berisping;
• de dienstschorsing;
• de vermindering of het verlies van anciënniteit;
• de tijdelijke of definitieve overplaatsing naar een andere dienst met loonverlies;
• het ontslag met opzegging en/of uitbetaling van verbrekingsvergoeding en het ontslag wegens dringende redenen.

Verjaring van de sanctie betekent niet dat het personeelslid in zijn vorige toestand wordt teruggeplaatst maar wel dat bij de periodieke evaluatie en beoordeling van het personeelslid of bij de toepassing van andere sancties geen rekening meer gehouden wordt met de verjaarde sanctie.

PROCEDURE

De hierna geschetste procedure is van toepassing op alle sancties tenzij dit onder het punt ‘sancties’ uitdrukkelijk anders vermeld is.

Het personeelslid wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de vaststelling van de inbreuk binnen de 5 werkdagen na de vaststelling of binnen de 5 werkdagen nadat het afdelingshoofd of zijn vervanger er kennis van kreeg.

Het personeelslid kan hierop binnen de 5 werkdagen schriftelijk reageren.

Het afdelingshoofd neemt binnen de 10 werkdagen een beslissing over de toe te passen sanctie.

Het personeelslid tekent voor kennisname van de opgelegde sanctie.

Indien het afdelingshoofd binnen de vermelde termijn geen beslissing neemt, blijft de vastgestelde inbreuk zonder gevolg.

Binnen de 5 werkdagen na de beslissing van het afdelingshoofd kan het personeelslid beroep aantekenen tegen de sanctie door nieuwe schriftelijke argumenten in te dienen.

Het afdelingshoofd neemt hierop een definitieve beslissing binnen de 3 werkdagen. Van die beslissing wordt het personeelslid binnen de 10 werkdagen schriftelijk kennis gegeven.

Indien het afdelingshoofd binnen de vermelde termijn geen beslissing neemt, blijft de vastgestelde inbreuk zonder gevolg.

Binnen de 5 werkdagen na de kennisgeving door het afdelingshoofd, kan het personeelslid beroep aantekenen bij de entiteitsdirecteur of zijn vervanger door schriftelijk te reageren op de sanctie.

Daarenboven kan het betrokken personeelslid zelf, bijgestaan of vertegenwoordigd, de sanctie mondeling bespreken met de entiteitsdirecteur.

De entiteitsdirecteur neemt hierop een definitieve beslissing binnen de 3 werkdagen. Van die beslissing wordt het personeelslid schriftelijk kennis gegeven.

Indien de entiteitsdirecteur binnen de vermelde termijn geen beslissing neemt, blijft de vastgestelde inbreuk zonder gevolg.

SANCTIES

Schriftelijke opmerking

De schriftelijke opmerking wordt opgelegd door het afdelingshoofd of een door hem aangeduide vervanger.

De sanctie verjaart, en de vermelding ervan wordt uit het dossier verwijderd, als binnen het jaar geen nieuwe schriftelijke opmerking of een belangrijker sanctie volgt.

Schriftelijke berisping

De schriftelijke berisping wordt opgelegd door het afdelingshoofd (of een door hem aangeduide vervanger) en kan gepaard gaan met een verwittiging die verwijst naar de sanctie die kan worden toegepast bij een volgende inbreuk.

De sanctie verjaart, en de vermelding ervan wordt uit het dossier verwijderd, als binnen het jaar geen nieuwe schriftelijke berisping of een belangrijker sanctie volgt.

Dienstschorsing

De dienstschorsing wordt opgelegd door het afdelingshoofd of een door hem aangeduide vervanger.

De dienstschorsing is een effectieve schorsing van de arbeidsovereenkomst van het personeelslid voor een periode van maximaal 8 dagen.

De sanctie verjaart en de vermelding ervan wordt uit het dossier verwijderd als binnen de 2 jaar geen nieuwe dienstschorsing of een belangrijker sanctie volgt.

Vermindering of verlies van anciënniteit

De vermindering of het verlies van anciënniteit wordt opgelegd door het afdelingshoofd en betreft het gedeeltelijk of geheel verlies van anciënniteit met betrekking op:
• bevordering;
• mutatie op aanvraag;
• plaatsing in het dienstrooster.

De sanctie verjaart en de vermelding ervan wordt uit het dossier verwijderd als binnen de 2 jaar geen nieuwe vermindering of verlies van anciënniteit of een belangrijker sanctie volgt.

Tijdelijke of definitieve overplaatsing naar een andere dienst met loonverlies

De tijdelijke of definitieve overplaatsing naar een andere dienst met loonverlies wordt opgelegd door het afdelingshoofd.

De sanctie verjaart en de vermelding ervan wordt uit het dossier verwijderd als binnen de 2 jaar geen nieuwe tijdelijke of definitieve overplaatsing naar een andere dienst met loonverlies of een belangrijker sanctie volgt.

Het ontslag met opzegging en/of uitbetaling van verbrekingsvergoeding en het ontslag wegens dringende reden

De entiteitsdirecteur ontslaat een personeelslid.

De procedure voor ontslag met opzegging verloopt zoals uiteengezet in het punt ‘procedure’ met dien verstande dat het de entiteitsdirecteur of zijn vervanger is die optreedt van in het begin van de procedure.

Het ontslag met uitbetaling van een verbrekingsvergoeding en het ontslag wegens dringende reden worden onmiddellijk uitgesproken.

De beroepstermijn tegen bovenvermelde ontslagen loopt vanaf het tijdstip van kennisname door het personeelslid van de ontslagbrief, dit is uiterlijk 3 werkdagen na het versturen van de ontslagbrief.

Het beroep schort het ontslag met verbrekingsvergoeding en wegens dringende reden niet op.
Binnen de 5 werkdagen na kennisname kan het personeelslid bij de directeur personeelsbeleid schriftelijk beroep aantekenen tegen het ontslag.

De directeur personeelsbeleid beslist hierop binnen de 3 werkdagen over de toe te passen sanctie na, op diens verzoek, het personeelslid dat zich kan laten bijstaan of vertegenwoordigen, gehoord te hebben.

CENTRALE DIENSTEN

Voor de tuchtprocedure bij de centrale diensten moet entiteitsdirecteur gelezen worden als directeur-generaal, adjunct-directeur-generaal of directeur.

In het geval de directeur personeelsbeleid een sanctie uitspreekt, kan beroep aangetekend worden bij de directeur-generaal.