IV. Arbeidsduur

ALGEMEEN

De wekelijkse arbeidsduur bedraagt 37 uur per week. Elke arbeidsregeling moet in het arbeidsreglement worden opgenomen. Behoudens uitzonderingen moet de arbeid gepresteerd worden tussen 6 uur ’s morgens en 20 uur ’s avonds (toepassing van de arbeidswet van 16 maart 1971).

DAGELIJKSE EN WEKELIJKSE ARBEIDSDUUR

Het geheel van de tijd die men ter beschikking is van de werkgever, dus met inbegrip van begin en einde dienst.

Voor de personeelsleden die tewerkgesteld zijn volgens een dienstregeling die over verschillende weken loopt en waarbij de wekelijkse arbeidsduur ongelijk is verdeeld mag de wekelijkse arbeidsduur over een periode van een trimester gemiddeld slechts 37 uur bedragen.

Per dag mag maximaal 10 uur gewerkt worden.

Overwerk is arbeid verricht boven de voorziene duur van de dagprestatie volgens dienstrol of boven de trimestriële grens (niet cumuleerbaar).
Plaatselijke overeenkomsten blijven gerespecteerd.

Voor de personeelsleden die volgens een vaste diensttijdregeling per week werken geldt een wekelijkse grens van 39 uur (gemiddelde arbeidsduur: 37 uur per week) en een daggrens van 9 uur.

Overwerk is arbeid verricht boven de voorziene dagprestatie en boven de 39 uur per week (niet cumuleerbaar).
Plaatselijke overeenkomsten blijven gerespecteerd.

Voor ploegenarbeid en continuarbeid mag afgeweken worden van de hierboven vastgelegde regelingen met toepassing van artikel 22, 1§ en 2§ van de arbeidswet.

ZONDAGWERK

De werkgever mag tijdens de zondag geen werknemers tewerkstellen. De zondagrust is de regel. De werknemers die uitzonderlijk toch op zondag mogen werken hebben recht op inhaalrust. Wanneer de zondagarbeid niet meer dan 4 uur bedraagt, moet een halve dag inhaalrust worden toegekend.

De inhaalrust moet in principe worden toegekend in de loop van de 6 dagen die volgen op de zondag waarop werd gewerkt (toepassing van de arbeidswet en de afgesloten C.A.O.’s).

Voor de betaling van het zondagwerk, zie ‘werk op zaterdagen, zon- en feestdagen’.

AMPLITUDE VAN EEN DAGPRESTATIE

De amplitude van de dagprestatie (d.i. het tijdsverloop tussen begin en einde van een volledige dienstprestatie) beloopt in de regel maximaal 12 uur. Bij overschrijding wordt 25 % in tijd toegekend voor de duur ervan.
Plaatselijke overeenkomsten blijven gerespecteerd.

MINIMALE RUSTTIJD TUSSEN 2 DAGPRESTATIES

De rusttijd tussen 2 dagprestaties bedraagt minimaal 8 uur. Plaatselijke overeenkomsten blijven gerespecteerd.

MINIMALE DUUR VAN ELKE WERKPERIODE

De minimale duur van elke werkperiode bedraagt 1 u.30.
De minimale dagprestatie bedraagt 4 uur.
Bestaande overeenkomsten blijven gerespecteerd.

BEGIN EN EINDE DIENST EN DIENSTONDERBREKINGEN

Tijdstip, tijdsduur en modaliteiten voor het aanvatten en beëindigen van de dienstprestatie en de dienstonderbrekingen worden volgens de noodwendigheden binnen de entiteit geregeld en in het arbeidsreglement vastgelegd.

NACHTARBEID

Nachtarbeid is arbeid verricht tussen 20 uur en 6 uur. In een aantal gevallen kan via een koninklijk besluit of een C.A.O. worden afgeweken van het verbod op nachtarbeid (toepassing van artikel 35 en volgende van de arbeidswet en de afgesloten C.A.O.’s).