V. Verloven

WETTELIJKE VAKANTIE

Het recht op betaalde vakantiedagen, op te nemen tijdens het vakantiejaar, wordt vastgesteld op basis van de prestaties die geleverd werden in het voorgaande jaar, vakantiedienstjaar genoemd. Een werknemer die gedurende het hele vakantiedienstjaar tewerkgesteld is geweest heeft in het vijfdagenstelsel recht op 20 dagen betaalde vakantie (toepassing van de wettelijke regeling).

Conventioneel verlof voor de bedienden en loontrekkenden

4 dagen conventioneel verlof worden jaarlijks toegekend en zijn in principe vastgesteld op 11 juli, 2 november, 15 november en 26 december. Ze zijn vrij te nemen indien de dienstnoodwendigheden niet toelaten het verlof op deze dagen te nemen. Andere schikkingen kunnen door de ondernemingsraden getroffen worden.

Anciënniteitsverlof voor de bedienden en loontrekkenden

De toekenning ervan gebeurt op basis van de dienstanciënniteit, verworven op 1 juli van het toekenningsjaar:
van 3 tot 5 jaar dienst: 1 dag
van 5 tot 10 jaar dienst: 2 dagen
van 10 tot 15 jaar dienst: 3 dagen
van 15 tot 20 jaar dienst: 4 dagen
van 20 tot 25 jaar dienst: 5 dagen
van 25 tot 30 jaar dienst: 6 dagen
vanaf 30 jaar dienst: 7 dagen

Het anciënniteitsverlof is overdraagbaar tot 30 juni van het jaar volgend op her jaar waarin het recht is ontstaan. De mogelijkheid wordt door de werkgever gegarandeerd.

Voor de dagen anciënniteitsverlof die desgevallend opgespaard werden voor 1/1/2014 blijven de voorheen geldende opname- en overdrachtsmodaliteiten van toepassing.

De dagen anciënniteitsverlof verworven tot en met 2013 blijven overdraagbaar volgens de in de van toepassing zijnde afspraken in de entiteit en dit ook voor de verdere toekomst.

Vanaf de dagen anciënniteitsverlof verworven in 2014 wordt de overdracht voor iedereen beperkt tot 30 juni van het jaar volgend op het jaar van verwerven van de dagen.

KLEIN VERLET VOOR DE BEDIENDEN EN DE ARBEIDERS

De wettelijke voorziene regeling wordt gevolgd.

Ter gelegenheid van familiegebeurtenissen of voor de vervulling van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten die hierna opgesomd zijn, hebben de werknemers het recht, met behoud van hun normaal loon, van het werk afwezig te zijn voor een als volgt bepaalde duur.

De deeltijdse werknemers hebben het recht, met behoud van hun normaal loon, van het werk afwezig te zijn gedurende de dagen en perioden zoals hiervoor bedoelt die samenvallen met de dagen en perioden waarop zij normaal gewerkt zouden hebben.

• Huwelijk van de werknemer(1): drie dagen (waarvan 2 wettelijk en 1 extra-wettelijk) door de werknemer te kiezen tijdens de week waarin de gebeurtenis plaatsgrijpt of tijdens de daaropvolgende week.
– Gedurende een periode van gedeeltelijk werk zal hij die nemen op dagen
dat hij zou gewerkt hebben.
– De werknemer moet eenmalig kiezen welke van beide, het kerkelijk of het burgerlijk huwelijk hij als familiegebeurtenis aanziet.

• Huwelijk van een kind van de werknemer of van zijn echtgeno(o)t(e), van een broer, zuster, schoonbroer, schoonzuster, van de vader, van de moeder, schoonvader, stiefvader, schoonmoeder, stiefmoeder, van een kleinkind van de werknemer(1): de dag van het huwelijk.
– Elk kind waarvan de afstamming vaststaat evenals het geadopteerd kind
komt in aanmerking.
– De werknemer mag kiezen tussen de dag van het kerkelijk huwelijk of de dag van het burgerlijk huwelijk.

• Priesterwijding of intrede in het klooster van een kind van de werknemer of van zijn echtgeno(o)t(e), van een broer, zuster, schoonbroer of schoonzuster van de werknemer: de dag van de plechtigheid.
– Elk kind waarvan de afstamming vaststaat evenals het geadopteerd kind komt in aanmerking.

• Geboorte van een kind van de werknemer zo de afstamming van dit kind langs vaderszijde vaststaat(1): drie dagen door de werknemer te kiezen tijdens de twaalf dagen te rekenen vanaf de dag van de bevalling. Vanaf 1 juli 2002: recht op 10 dagen vaderschapsverlof waarvan 3 betaalde dagen en 7 dagen worden betaald door de mutualiteit (zie hoofdstuk Vaderschaps- & adoptieverlof).

• Overlijden van de echtgeno(o)t(e), van een kind van de werknemer of van zijn echtgeno(o)t(e), van de vader, moeder, schoonvader, stiefvader, schoonmoeder of stiefmoeder van de werknemer(1): drie dagen door de werknemer te kiezen tijdens de periode die begint met de dag van het overlijden en eindigt met de dag van de begrafenis.
– Elk kind waarvan de afstamming vaststaat evenals het geadopteerd kind komt in aanmerking.

• Overlijden van een broer, zuster, schoonbroer, schoonzuster, van de (over)grootvader, de (over)grootmoeder, van een (achter)kleinkind, schoonzoon of schoondochter die bij de werknemer inwoont: twee dagen door de werknemer te kiezen in de periode die begint met de dag van het overlijden en eindigt met de dag van de begrafenis.

• Overlijden van een broer, zuster, schoonbroer, schoonzuster, van de (over)grootvader, de (over)grootmoeder, van een (achter)kleinkind, schoonzoon of schoondochter die niet bij de werknemer inwoont: de dag van de begrafenis.

• Plechtige communie van een kind van de werknemer of van zijn echtgeno(o)t(e): de dag van de plechtigheid.
– Wanneer deze plechtigheid op een zondag, een wettelijke feestdag of een dag van gewone inactiviteit valt, wordt het verlof ook toegestaan op de gewone arbeidsdag die aan de plechtige communie voorafgaat of erop volgt.
– Elk kind waarvan de afstamming vaststaat evenals het geadopteerd kind komt in aanmerking.

• Deelneming van een kind van de werknemer of van zijn echtgeno(o)t(e) aan het feest van de vrijzinnige jeugd daar waar dit feest plaatsheeft: de dag van het feest.
– Wanneer deze plechtigheid op een zondag, een wettelijke feestdag of een dag van gewone inactiviteit valt, wordt het verlof ook toegestaan op de gewone arbeidsdag die aan de plechtige communie voorafgaat of erop volgt.
– Elk kind waarvan de afstamming vaststaat evenals het geadopteerd kind komt in aanmerking.

• Bijwonen van een bijeenkomst van een familieraad, bijeengeroepen door de vrederechter: de nodige tijd met een maximum van één dag.

• Deelneming aan een jury, oproeping als getuige voor de rechtbank of persoonlijke verschijning op aanmaning van de arbeidsrechtbank: de nodige tijd met een maximum van vijf dagen.

• Uitoefening van het ambt van bijzitter in een hoofdstembureau of enig stembureau bij de parlement-, of gemeenteraadsverkiezingen: de nodige tijd.

• Uitoefening van het ambt van bijzitter in één van de hoofdbureaus bij de verkiezing van het Europees parlement: de nodige tijd met een maximum van vijf dagen.

• Uitoefening van het ambt van bijzitter in een hoofdbureau voor stemopneming bij parlement-, provincieraad- en gemeenteraadverkiezingen: de nodige tijd met een maximum van vijf dagen.

• Onthaal van een kind in het gezin van de werknemer in het kader van een adoptie(2): de nodige tijd om de administratieve en gerechtelijke formaliteiten te vervullen.

• In geval van verhuizing (niet wettelijk vastgelegd) wordt één dag per drie jaar toegekend.
Verworven rechten voor de personeelsleden ex-N.M.V.B. in dienst vóór 1/1/92:
(1) Voor deze gebeurtenis wordt 1 dag bijkomend verlof toegekend.
(2) Dit wordt aangevuld als volgt:
Jonger dan 3 jaar: maximum 6 weken.
Vanaf 3 jaar, en jonger dan 10 jaar: maximum 3 weken.
– Het toekennen van dit verlof is ondergeschikt aan de voorafgaande toestemming van de Directeur.
– Dit opvangverlof kan slechts toegestaan worden als beide echtgenoten een winstgevende bezigheid buiten het gezin uitoefenen. Als beiden in de openbare sector tewerkgesteld zijn kan dit verlof maar aan één van hen toegekend worden.
() Blijft van toepassing:
Opgelegde wijziging van verblijfplaats in het belang van de dienst: 2 dagen.

• Geval van overmacht wegens ziekte of ongeval overkomen aan een bloed- of aanverwant die bij de werknemer inwoont: maximum 4 dagen per jaar.

• Bijkomende verlofdagen zonder bezoldiging:
Onder voorbehoud van de voorafgaande toelating van de Directeur en voor zover de goede werking van de dienst het toelaat.

• Verlof om zich aan zijn eigen kinderen te wijden: maximum 4 jaar of 6 jaar indien het om een mindervalide kind gaat.

• Verlof wegens dringende familiale redenen: maximum 1 maand per jaar.

• Verlof voor dwingende redenen: maximum 10 dagen per jaar.

OPGELET!
Ingevolge CAO nr. 74 van de NAR is het voorgaande ook van toepassing voor het personeelslid dat samenwoont met een persoon van verschillend of van hetzelfde geslacht, op voorwaarde dat hij/zij aantoont dat de partners een verklaring van samenwoning hebben in de zin van art. 1476 van het B.W.